Pensioenfonds X - Waarde NP al hoger dan OP - Geen verrekening!

Betreft: Boon van Loon berekening Stichting Pensioenfonds Siemens Terug naar: PensioenScheiden of Open brief

Scheiding : 1 augustus 1994

In november 2009 wendde zich tot mij mevrouw Y. Mevrouw Y gaf aan dat zij geen aanspraak kon maken op verrekening van ouderdomspensioen van meneer X volgens het Boon van Loon arrest omdat de waarde van het nabestaandenpensioen de waarde van het ouderdomspensioen al oversteeg.

In juni 1996 heeft het fonds een opgave verstrekt aan haar advocaat waaruit dit bleek. In deze opgave werden geen aanspraken en contante waarden vermeld. De avocate heeft zich bij deze opgave neergelegd.

In december 2009 heb ik mij tot het fonds gewend met het verzoek om alsnog een opgave te ontvangen van de aanspraken en contante waarden. Tevens verzocht om digitaal het pensioenreglement te ontvangen wat gold ten tijde van de scheiding. Het fonds weigerde om de opgave te verstrekken. Ik ontving wel het pensioenreglement.

Uit het pensioenreglement van de onderneming bleek dat de onderneming minimaal de aanspraken diende te verzekeren volgens het BPF voor de Grootmetaal (PME). Het pensioenreglement verschilde niet veel van dat van PME.

Verder bleek uit het pensioenreglement dat het fonds haar pensioenen financierde volgens de zogenaamde 65-x methode. Het nog te financieren nabestaandenpensioen werd tegen risicopremies weggezet.

Twee oorzaken hadden nog kunnen leiden tot een hogere contante waarde van het nabestaandenpensioen. Een groot leeftijdsverschil tussen man en vrouw en een 3 of 4% klimmend nabestaandenpensioen. Beide oorzaken kwamen niet in aanmerking. Het nabestaandenpensioen was niet klimmend en het leeftijdsverschil tussen man en vrouw bedroeg slechts 3 jaar. Er moest dus een andere oorzaak zijn.

Bij mij rees het vermoeden dat als gevolg van de scheiding wel het nabestaandenpensioen was afgefinancierd, maar niet het ouderdomspensioen. Dit uitgesproken tegen het fonds. En toen kwam de aap uit de mouw.

Het fonds verklaarde dat het nabestaandenpensioen van jaar tot jaar afgefinancierd werd. Dat stond echter niet gereglementeerd. Een juridische ondergrond ontbreekt derhalve voor deze financiering.

Als argument hiervoor wordt het overlijdensrisico genoemd. Laat me dat toelichten met een berekening.

Aantal te bereiken dienstjaren 40. Leeftijd op datum berekening 40.
Verstreken dienstjaren 15.  Koopsom per € 100,- direct ingaand NP - € 2.344,00
Verzekerd nabestaandenpensioen op datum in dienst : € 10.000,- op jaarbasis
Verzekerd nabestaandenpensioen op datum berekening : € 20.000,- op jaarbasis.
  
Op basis van 65-x zou ongeveer gefinancierd moeten zijn : € 5.625,-  Reserve € 18.167,00
Op basis van affinanciering zou gefinancierd moeten zijn : € 7.500,-  Reserve € 24.222,00

Datgene wat nog niet gefinancierd was werd tegen risicopremies verzekerd.
Ingeval van de 65-x financiering was dat nog aan aanspraak € 14.375,-
Ingeval van affinanciering nog € 12.500,-

Het werkelijke risico ingeval volgens 65-x gefinancierd was,  € 450.633,00
En indien afgefinancierd zou zijn € 444.578,00.

Bovenstaande cijfers zijn indicatief en slechts bedoeld om duidelijk te maken dat het gehanteerde argument dat uit het oogpunt van risico afgefinancierd is gewoon niet waar kan zijn. Daarvoor zijn de verschillen tussen wel en niet afgefinancierd te klein.

2015.10.17 - Op basis van tot dusver aangereikte dossiers zet ik grote vraagtekens bij de verklaring van Siemens dat het nabestaandenpensioen van jaar tot jaar zou zijn afgefinancierd. Wat ik me nu afvraag is wanneer precies het Bijzonder Nabestaandenpensioen bij Siemens is afgefinancierd?

Het fonds is van mening dat de aanspraken bij scheiding gebaseerd dienen te worden op de aanspraken zoals die zouden worden verkregen als sprake zou zijn van een beëindiging van het dienst verband.

Op pagina 2 van de website Pensioenweetjes (www.pensioenweetjes.nl) zijn die artikelen opgenomen van de Pensioen- en SpaarfondsenWet zoals deze golden na de laatste wijziging nr 660 in het Staatsblad van 1997. In artikel 8 lid 1 tot en met 3 van deze Wet staat omschreven op welke aanspraken een deelnemer recht heeft ingeval van uitdiensttreding.

Het fonds is verder van mening dat ingeval van scheiding uitgegaan moet worden van de premievrije aanspraken op de fictieve ontslagdata (art 8 lid 3) en niet van de evenredig afgefinancierde rechten (art 8 lid 2). Volgens het fonds sluit dit geheel aan op grond van artikel 8 van de toen geldende PSW. Nee dus!.

NB. Artikel 8 lid 2 is van kracht geworden op 1 augustus 1987!

Volgens artikel 8 lid 1 tot en met 3 wordt aangegeven dat volledig afgefinancierd dient te worden, met dien verstande dat wanneer de aanspraken op basis van de voor en door werknemer betaalde premies hoger zijn dan de aanspraken op basis van evenredigheid de aanspraken toch gebaseerd dienen te worden op de hogere aanspraken.

In artikel 8 lid 4 wordt de uitstelfinanciering omschreven. Waren de aanspraken op het moment van uitdiensttreding nog niet volledig afgefinancierd dan mocht deze aanspraken tot de pensioendatum alsnog in gelijke delen worden gefinancierd, mits de pensioendatum voor 01.01.2000 lag. Een aantal pensioenuitvoerders heeft hiervoor uitstel gekregen tot 01.01.2010.
Voorwaarde was wel dat dit omschreven had moeten staan in het pensioenreglement.

Mijn mening (en die van alle pensioenspecialisten):

Uitstelfinanciering tast de rechten niet aan. Ingeval van scheiding met betrekking tot de berekening volgens het Boon van Loon arrest dient te worden uitgegaan van een al dan niet (fictief) afgefinancierd ouderdomspensioen.

Er wordt met twee maten gemeten:

Uitstelfinanciering is alleen des werkgevers. Als een deelnemer met pensioen gaat, dient het tekort wat aanwezig was op het moment van scheiding, alsnog volledig ingekocht te worden door de werkgever. De deelnemer komt niets tekort. Ook als de deelnemer zijn dienstverband verbreekt en de reserves laat overdragen naar derden, zou het op de datum scheiding nog aanwezige tekort alsnog volledig ingekocht moeten worden, voordat de reserves overgedragen werden.

2011.06.23 Mail PensioenScheiden aan PME

Omdat PME ook uitstelfinanciering toepast algemeen aan PME gevraagd of zij ingeval van scheiding rekening houden met de gefinancierde aanspraken tot het moment van scheiding, dus volgens 65-x, of uitgaan van de fictief afgefinancierde rechten.

2011.11.02 Mail PensioenScheiden aan PME

Tot dusver heeft u niet gereageerd op mijn brief van 23.06.2011. Tevens aangegeven dat PME sinds 1 april 2011 weer de pensioenuitvoerder van Siemens en gevraagd naar een reactie op de door SPS gemaakte berekeningen.

2011.11.21 Mail PME aan PensioenScheiden

PME geeft aan dat het betrokken dossier door SPS afgehandeld wordt. Verwijst naar de Ombudsman Pensioenen die gesteld zou hebben dat SPS gelijk heeft. Voor vragen kan ik mij wenden tot SPS.

2011.12.12 Brief PME aan PensioenScheiden

PME geeft aan het dossier bij SPS opgevraagd te hebben. Geeft aan dat de Ombudsman Pensioenen geconcludeerd heeft dat de berekeningen gemaakt zijn volgens de toen geldende reglementaire voorwaarden en in overeenstemming waren met de toenmalige wetgeving. Geeft aan de visie van de Ombudsman Pensioenen te steunen.

2011.11.28 Brief PensioenScheiden aan PME / Metalektro

U geeft aan de visie van de Ombudsman Pensioenen te steunen. De Ombudsman ondersteunt echter de visie van Siemens. Als u het hele dossier doorlopen heeft, kunt u niets anders vaststellen dan dat zowel de Ombudsman Pensioenen als de SPS nimmer alle vragen beantwoord hebben, maar zich telkens gefocust hebben op een deel van een brief en op de juist essentieel gestelde vragen bewust geen antwoord gegeven te hebben.

Gevraagd om de volgende vragen te beantwoorden:

- Gesteld dat Siemens uit het oogpunt van risico het nabestaandenpensioen van jaar tot jaar afgefinancierd zou hebben. Als Siemens dit echt zou belangrijk gevonden zou hebben, zou dit wel gereglementeerd zijn. Ombudsman Pensioen hamerde voortdurend op de juridische aspecten, maar weigerde hier op in te gaan. Ik daag Siemens uit aan te tonen dat het nabestaandenpensioen van jaar tot jaar afgefinancierd is, door een specificatie van de backservice te overleggen.

- Siemens heeft verklaard voor de vaststelling van de contante waarde uit te gaan van de fictieve ontslagsituatie.
In artikel 8 lid 2 van de PSW per 01.08.1987 staat dat bij beeindiging van het dienstverband uitgegaan wordt van een evenredig pensioen. SPS verwijst alleen naar artikel 8 lid 3. Vergeet daar bij echter te vermelden dat dit artikel alleen toegepast dient te worden als de aanspraken hoger zouden zijn dan artikel 8 lid 2. Zowel de Ombudsman Pensioenen als SPS zijn hier nimmer op ingegaan.

- Zowel Siemens als Metalektro paste uitstelfinanciering toe. In artikel 8 lid 4 wordt aangegeven dat als de werkgever een achterstand in de financiering heeft, deze achterstand voor de pensioendatum weggewerkt diende te hebben. Achterstand in de financiering tast echter de rechten niet aan. Aan mij is bekend dat ook al was sprake van uitstelfinanciering ingeval van scheiding Metalektro bij haar berekeningen uitging van de fcitief afgefinancierde rechten.

- Ingeval van dispensatie zou SPS zowel aan de werknemer als aan de meeverzekerde partner minimaal die aanspraken toegekend hebben die ze hadden gekregen als ze onder het BPF zouden zijn gebleven. De meeverzekerde partner zou aanspraak gemaakt hebben op een juiste Boon van Loon berekening en daarmee op een juist te verrekenen pensioen.

2012.01.17 Brief PME aan PensioenScheiden

PME geeft aan geen uitspraken te doen over Siemens Pensioenfonds. Metalektro verwijst naar de uitspraken van Siemens en de Ombudsman Pensioenen.

Commentaar: Met betrekking tot de werknemers, of liever gezegd, de meeverzekerde ex-partners van Siemens verschuilt het BPF zich tot dusver achter de uitspraken gedaan door het Bestuur van de Stichting Pensioenfonds Siemens en is niet aanspreekbaar op haar verantwoordelijkheid ten opzichte van de meeverzekerde ex-partners van de deelnemers van Siemens. Dat is laak- en verwijtbaar.

2012.12.12 Zaak nogmaals voorgelegd aan de Ombudsman Pensioenen

In december heb ik nogmaals contact gezocht met de Ombudsman Pensioenen. Aangegeven dat ik de zaak op mijn website voorgelegd heb aan actuarissen, pensioenspecialisten en pensioenadvocaten. Alle specialisten hebben aangegeven dat Siemens fout zit. Kortom verzocht de zaak voorleggen aan een pensioenspecialist. De Ombudsman Pensioenen is hierop ingegaan en heeft de zaak voorgelegd aan een gerenommeerde pensioenadvocaat.

Als argument hiervoor werd aangegeven dat aan de advocaat gevraagd is om juridisch draagvlak te vinden voor de klacht van mevrouw Y. Zo geeft de Ombudsman aan, dat hij zich bij zijn werkzaamheden laat leiden door de redelijkheid en de billijkheid, maar om zich bij een pensioenfonds te kunnen beroepen, er tenminste enig juridisch draagvlak zal moeten zijn.

Krom en schrijnend:

2013.05.25 Advies aan Ombudsman Pensioenen van Expertisecentrum Pensioenrecht

Als eindconclusie heeft deze pensioenadvocaat aangeven dat de handelwijze van het pensioenfonds in overeenstemming zou
zijn met het liggende pensioenreglement. De betrokken pensioenadvocaat heeft echter verklaard het pensioenreglement niet bekeken te hebben! Begrijpt u het? Ik niet!

Tevens heeft deze pensioenadvocaat verklaart dat het recht op een evenredige aanspraak bij einde deelneming pas bij Wet van 22 december 1999, Stb 592 per 1 januari 2000 in de de PSW opgenomen zou zijn. Ook deze conclusie was niet juist. Door de Wet werd per 1 januari 2000 uitstelfinanciering verboden, zodat de backservice (achterstand in de financiering) niet meer ten laste van de Winst- en Verliesrekening gebracht kon worden.

De aangeschakelde advocaat heeft wel aangegeven dat in het Boon van Loon arrest niets vermeld wordt over uitstelfinanciering. En dat Siemens als gevolg van het feit dat hier niets over opgenomen is, niets verwijtbaar gedaan zou hebben.

NB. Onder punt 13 van het Boon van Loon arrest is een passage opgenomen, die naar mijn mening regelrecht op uitstelfinanciering van toepasssing had kunnen zijn. In het arrest, kennelijk zijn tijd ver vooruit, staat vermeld dat als de waarde van het weduwenpensioen opweegt tegen de waarde van het ouderdomspensioen, dan kan verrekening van het weduwenpensioen achterwege blijven. (dit punt is dus achterhaald door de wijziging in de PSW per 1 augustus 1987)

Op bladzijde 3 van het rapport van de door de Ombudsman Pensioenen aangeschakelde advocaat zou Siemens gesteld hebben dat de ontslagaanspraken niet evenredig vastgesteld hoefde te worden, omdat evenredige financiering niet verplicht was en ook niet in het reglement vastgelegd. Wet en reglement gingen uit van gefinancierde aanspraken. Deze bewering is gewoon niet juist. Nogmaals de PSW is op dit punt per 1 augustus 1987 aangepast en geeft dus aan dat bij ontslag minimaal aanspraak bestaat op een evenredig afgefinancierd recht, tenzij de aanspraken op de voor en door de deelnemer betaalde premies een hogere aanspraak te zien zouden geven dan de afgefinancierde aanspraken.

Siemens heeft immers aangegeven het Nabestaandenpensioen van jaar tot jaar evenredig afgefinancierd te hebben en wel vanuit het oogpunt van risico. Als de ontslagaanspraken niet evenredig vastgesteld hadden hoeven te worden, waarom heeft Siemens ze dan naar eigen zeggen wel afgefinancierd? Dat was dan toch ook niet nodig geweest!

Evenwel was op dat moment nog uitstelfinanciering toegestaan. Nogmaals uitstelfinanciering is iets des werkgevers en mag er nooit toeleiden dat de door de werkgever toegezegde pensioenaanspraak zoals vastgelegd in het pensioenreglement niet uitgevoerd wordt.

Ook de conclusie van de advocaat dat het recht op een evenredige premievrije aanspraak bij einde deelneming pas bij wet van 22 december 1999 per 1 januari 2000 in de PSW is opgenomen is niet juist. Het recht om uitstelfinanciering toe te passen werd verboden. En met reden. Elke grote onderneming waar sprake was van een eindloonregeling, passiveerde de backservicekoopsom, bracht deze als een nog te betalen schuld in mindering op de Verlies- en Winstrekening. Met andere woorden de winst van de onderneming werd gedrukt. Zou onze fiscus dat toegestaan hebben als er geen verplichting tot affinanciering aan te grondslag gelegen zou hebben? Nee toch!

De advocaat maakt overigens wel min of meer een voorbehoud. Hij geeft aan dat mogelijk onder omstandigheden de redelijkheid en de billijkheid tussen echtgenoten met zich meebrengt dat ook de aangroei van de premievrije aanspraak op de voet van artikel 8 lid 4 PSW verrekend wordt, maar de pensioenuitvoerder kan er zijns inziens niet aan gehouden worden een premievrije aanspraak te bepalen die boven de normen van artikel 8 leden 2-4 PSW uitgaat.

Ik zou zeggen leest u nog eens artikel 8 lid 2 tot en met 4 door. Want wat zegt u nu eigenlijk?

2013.07.03 Brief PensioenScheiden aan de Ombudsman Pensioenen

Hoewel niet relevant voor het verhaal de Ombudsman Pensioenen erop gewezen dat doordat in het reglement niet opgenomen is dat het nabestaandenpensioen van jaar tot jaar afgefinancierd werd, de pensioenadvocaat niet mag stellen dat de handelwijze van Siemens in overeenstemming is met het reglement.

2013.07.13 Brief Ombudsman Pensioenen aan PensioenScheiden

De Ombudsman Pensioenen geeft in deze brief aan dat de pensioenjurist tot de conclusie kwam dat de berekening van de SPS niet in strijd zou zijn met de destijds geldende wet- en regelgeving, noch met het toen vignerende pensioenreglement. Door de conclusie van de pensioenjurist zou er voor de werkwijze van het fonds juridisch draagvlak zijn ontstaan.

De Ombudsman Pensioen verwijst verder naar artikel 19 paragraaf 2.2.6 en stelt dat daar omschreven staat het nabestaandenpensioen van jaar tot jaar afgefinancierd werd.

Mijn commentaar: Ik zou zeggen leest u het artikel nog eens. In dit artikel wordt de 65-x methode omschreven voor het nabestaandenpensioen, maar ook voor alle overige pensioenen, dus ook voor het ouderdomspensioen. Als u gelijk zou hebben, zou het ouderdomspensioen ook afgefinancierd moeten zijn en zou deze hele oefening niet nodig geweest zijn.

Als eindconclusie geeft de Ombudsman Pensioenen aan niet te twijfelen aan de onderbouwing van de advocaat.
Nou, ik wel!

2013.09.23 - 2013.10.30

Eind september 2013 getracht de pensioenadvocaat aan te spreken. De pensioenadvocaat liet weten dat hij alleen op verzoek van de Ombudsman Pensioenen zou over gaan tot het beantwoorden van concrete vragen.

De Ombudsman weigert echter mijn vragen voor te leggen aan de betrokken advocaat. De Ombudsman Pensioenen is een relatief informeel bemiddelaar in klachten of geschillen over de uitvoering van het reglement van een pensioenuitvoerder, zo geeft hij aan. Mijn vragen worden gezien als een verzoek om een bijzondere uitleg of invulling van het arrest van de Hoge Raad. In zijn ogen kan alleen een rechter hierover uitspraak doen. De Ombudsman geeft dan ook aan dat hij geen uitleg geeft aan een gerechtelijke uitspraak.

2013.11.12 Brief PensioenScheiden aan Ombudsman Pensioenen

De Ombudsman Pensioenen gewezen op de fouten in het rapport van de pensioenadvocaat.

De volgende vragen gesteld:

1. Dient Siemens bij het bepalen van de contante waarde van het ouderdomspensioen rekening te houden met een fictief  afgefinancierd ouderdomspensioen, mede gebaseerd op de wetgeving van dat moment?
2. Is artikel 8  lid 2 van de toenmalige PSW in 1994 nu wel of niet relevant?
3. Mag de achterstand in de financiering door de werkgever van invloed zijn op het verdelen van de goederen in de huwelijksgemeenschap?
4. Komt  Siemens weg met haar verklaring dat het partnerpensioen van jaar tot jaar afgefinancierd werd, zonder dat daar een juridische onderbouwing voor aanwezig is?
5. Dient Siemens de bewijzen te overleggen waaruit blijkt dat het partnerpensioen van jaar tot jaar afgefinancierd werd?
6. Is de door u aangeschakelde advocaat nog steeds van mening dat de handelwijze van het fonds in overeenstemming is met het pensioenreglement?

2013.11.27 - 2014.01.22 Brief Ombudsman Pensioenen aan PensioenScheiden

De Ombudsman Pensioenen geeft aan dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren komen, die aanleiding geven om zijn beeld van deze kwestie te herzien. De Ombudsman Pensioenen gaat tevens niet in op de fouten in het door de pensioenadvocaat gemaakte rapport.

Commentaar: Door het standpunt dat De Ombudsman Pensioenen inneemt, zijn de vragen in de brief van 12.11.2013 niet beantwoord.Niet door Siemens en/of PME, niet door de Ombudsman Pensioenen en niet door de aangeschakelde advocaat.

Citaat Ombudsman: Ik kan er niet om heen dat er voor pensioenverrekening of -verdeling op basis van het Boon van Loon arrest niets is "geregeld" ten aanzien van eventuele uitstelfinanciering.
Wat erg aardig is dat de Ombudsman hier aangeeft dat wanneer geen sprake geweest zou zijn van uitstelfinanciering de pensioenuitvoerder ongelijk gehad zou hebben.

Commentaar PensioenScheiden:
Naar mijn mening zou de Ombudsman Pensioenen alleen ingeschakeld kunnen worden als de klacht over de uitvoering van de pensioenregeling gaat. De pensioenregeling wordt naar de deelnemer toe echter volledig juist uitgevoerd.

En dan nog! De Ombudsman Pensioenen kan niet sanctioneren. De Ombudsman Pensioenen geeft echter aan dat er wel naar hem geluisterd wordt. Als de onderneming echter Nee blijft roepen, welke wettelijke mogelijkheden heeft de Ombudsman dan om de zaken recht te kunnen zetten?

Burgerlijk Wetboek

Het ouderdomspensioen van meneer X wordt tot aan de pensioendatum of zoveel eerder als uitstelfinanciering wettelijk niet meer toegepast mag worden alsnog afgefinancierd.

In het BW 3 art 179 2e lid staat vermeld dat nadere verdeling van een ontbonden gemeenschap kan worden gevorderd, indien bij een verdeling tot de gemeenschap behorende goederen zijn overgeslagen.

Ook kan verwezen worden naar BW 3 art 178 1e lid waarin vermeld staat dat te allen tijde verdeling van een gemeenschappelijk goed gevorderd kan worden.
Te allen tijde geeft tevens aan dat van verjaring geen sprake kan zijn.

Mijn mening: Aanspraken na de datum scheiding ingekocht, als gevolg van de toegepaste uitstelfinancieirng, worden geacht deel uit te maken van de huwelijkse periode en dienen alsnog verdeeld te worden.

Metalektro (PME)

Stichting Pensioenfonds Siemens viel onder de wettelijke verplichtstelling van PME ( Metalektro). Formeel hadden alle werknemers van Siemens aangemeld moeten worden bij PME. Een werkgever kon echter gedispenseerd worden als hij kon aantonen dat zijn werknemers minimaal de aanspraken en rechten toegezegd kregen, als verkregen zouden zijn als de werknemers onder PME zelf zouden vallen. Elke pensioenuitvoerder moest hiervoor van jaar tot jaar een garantieverklaring afgeven aan het Bedrijfspensioenfonds dat ze aan deze voorwaarden voldeden. Alleen dan werd de dispensatie van jaar tot jaar verlengd. Siemens was echter van mening dat dit niet het geval was. In incidentele gevallen zou hiervan afgeweken mogen worden, hoewel Siemens ook beweerde dat tot dusver niet afgeweken zou zijn.

Zie ook: Bedrijfspensioenfonds en Dispensatie Bedrijfspensioenfonds

2014 Het kwartje valt vanzelf een keer

Op 24 december 2009 heb ik telefonisch contact gehad met PME (naam contactpersoon bij mij bekend). PME verklaarde dat voor de berekening volgens het Boon van Loon arrest zowel voor het ouderdomspensioen als voor het nabestaandenpensioen rekening gehouden diende te worden met de volledige al dan niet fictief afgefinancierde pensioenaanspraken.

In alle zaken die ik namens cliënten behandeld hebt is vastgesteld dat Metalektro rekent, zoals op 24 december 2009 verklaart door PME. Wat dat betreft kan ik onder meer verwijzen naar de zaak (2011) van de heer S, kenmerk PME (aan mij bekend).

Met ingang van 1 april 2011 zijn echter alle aanspraken, en naar ik nu weet, ook met de daarbij behorende reserves van SPS overgedragen naar het Pensioenfonds van de Metalektro. Volgens de huidige Pensioenwet betekent dat daarmee alle rechten en verplichtingen op het Pensioenfonds van de Metalektro zijn overgegaan.

In onderstaande Vrijstellingsregeling Wet BPF is aangegeven, aan welke voorschriften een gedispenseerde onderneming minimaal zou moeten voldoen (eerst boven water getild in 2014).

Vrijstellingsregeling Wet BPF (Stcrt. 1998, 78) 23 april 1998/nr. SV/VP/98/1469

Aan de vrijstelling zijn de volgende voorschriften verbonden:
Artikel 7.5: De pensioenregeling moet te allen tijde ten minste actuarieel en financieel gelijkwaardig zijn aan die van het bedrijfspensioenfonds.
Artikel 7.6: Aan de pensioenregeling moeten ten minste dezelfde aanspraken worden ontleend als aan de pensioenregeling van het bedrijfspensioenfonds.

Hieruit blijkt dat voor een werknemer van Siemens minimaal dezelfde aanspraken zouden moeten worden verzekerd, als deze voor deze werknemer zouden zijn verzekerd als deze onder het BPF zelf verzekerd zou zijn geweest. Naar mijn mening geldt dat ook voor de aanspraken zoals deze worden toegekend aan de medeverzekerde van de werknemer.

Naar mijn mening impliceert dat ook, dat wanneer ingevolge een scheiding een Boon van Loon berekening aangevraagd wordt, Stichting Pensioenfonds Siemens dezelfde berekening zou moeten vervaardigen die het BPF verstrekt aan haar verzekerden in een dergerlijke situatie.

2014.08.26 Mail Telegraaf aan PensioenScheiden

Sinds juli 2014 bezig om de Telegraaf te bewegen het hele verhaal te plaatsen en daaraan een oproep te verbinden aan ex-partners van (oud) werknemers van Siemens om zich te melden. De Telegraaf geeft aan, dat de krant zich niet leent voor dergelijke oproepen. Bovendien wordt aangegeven dat mensen zelf van te voren goed de pensioenvoorwaarden moeten afspreken.

2014.08.26 Mail PensioenScheiden aan de Telegraaf

Het antwoord wat de Telegraaf geeft is naar mijn mening kort door de bocht. Aangegeven wordt dat de krant zich niet leent voor dergelijke oproepen. (Naar mijn mening is de krant een uitgelezen medium om zaken uit de doeken te doen als grote groepen mensen benadeeld worden. Als een krant zich hiervoor niet leent, hoe kan je een zaak als deze dan aan de kaak stellen?). De Telegraaf geeft verder aan, dat het aan de mensen zelf is om van tevoren goed de pensioenvoorwaarden af te spreken.

2014.10.04 Mijn commentaar

Dat kan de Telegraaf niet menen. Tot 1 mei 1995 was ingeval van scheiding bij het overgrote deel der Nederlandse Bevolking nauwelijks bekend dat aanspraak gemaakt kon worden op een deel van het pensioen van de ex-partner. Advocaten gaven mondjesmaat aan dat pensioenverrekening geregeld diende te worden. In het merendeel der convenanten is niets vastgelegd over pensioenverrekening. De Telegraaf suggereert met haar antwoord dat dat wel het geval zou zijn. Nee toch!!

De dame in kwestie wordt benadeeld door Siemens en waarschijnlijk niet alleen zij, maar alle exen van werknemers tot
1 mei 1995 van de echt gescheiden. Kan de Telegraaf aangeven hoe ik deze mensen kan oproepen?
Heeft de Telegraaf verstand van pensioen en scheiding? Als dat het geval is kunnen over alle hete hangijzers met betrekking tot pensioen en scheiding stukken in de Telegraaf opgenomen worden, zodat duidelijk is wat nu juist is en wat onjuist is.

Eerst sinds 1 mei 1995 is er wetgeving waarin pensioenverrekening/verevening duidelijk vastgelegd is. Als alle pensioenuitvoerders consistent zouden rekenen dan zou dat nog te billijken zijn. Pensioenuitvoerders geven ten rechte aan dat er geen rekenregels zijn vastgelegd in het Boon van Loon arrest. In de Wet Verevening Pensioenrechten wegens scheiding is dat echter ook lang niet altijd het geval. Met betrekking tot Boon van Loon geven pensioenuitvoerders aan dat berekeningen voor het verdelen van het pensioen uit het oogpunt van service door hun vervaardigd worden. Ze geven ook aan dat opgaven ook berekend zouden kunnen worden door derden.  Is absoluut niet waar! Zowel de aanspraken als de opgaven zelf kunnen nimmer door derden berekend worden. Kan wel, maar ze geven zeker andere uitkomsten dan de verzekeraar zelf. Wie moet nu wie geloven?

2014.09.08 Brief PensioenScheiden aan Bestuur PME

Aan PME aangegeven dat Siemens niet meer aanspreekbaar is, omdat alle aanspraken en de daarmee samenhangende reserves overgedragen zijn aan PME. En daarmee ook alle rechten en verplichtingen die dat met zich meebrengt. Verwezen naar de huidige PensioenWet. Verwezen naar de Vrijstellingsregeling Wet Bedrijfspensioenfondsen artikel 7 lid 5 en 6. Aangegeven dat er geen verschil in behandeling mag zijn voor de werknemers en de meeverzekerde partners van Siemens in het vaststellen van de berekeningen om tot komen tot pensioenverrekening volgens het Boon van Loon arrest. Is dat wel het geval, dan is er sprake van pure discriminatie. Verzocht om een nieuwe berekening te vervaardigen en beide ex-partners te informeren.

2014.09.23 Brief PME aan PensioenScheiden

Ik zou refereren aan het Vrijstellings- en boetebesluit Wet BPF 2000. Wederom wordt de uitstelfinanciering als boosdoener aangewezen. (wederom wordt volledig voorbijgegaan aan de PSW waarin aangeven dat met ingang van 1 augustus 1987 een uit dienst tredende deelnemer aanspraak maakt op volledig afgefinancierde aanspraken - nogmaals uitstelfinanciering is des werkgevers, en laat de toegezegde aanspraken onverlet).

2014.09.25 Mail PensioenScheiden aan PME

Aangegeven dat ik refereerde naar de Stcrt. 1998, 78 van 23 april 1998/nr. SV/VP/98/1469. Opnieuw aangegeven dat Metalektro wel opgaven verstrekt van het te verrekenen pensioen. Als een deelnemer van Siemens zich nu meldt bij Metalektro kan Metalektro geen nee verkopen omdat ten tijde van de scheiding de deelnemer onder Siemens viel. Doet u dat wel dan is sprake van discriminatie. Vanuit datzelfde aspect geredeneerd is het enige dat u naar mijn mening kunt vaststellen dat in alle door Siemens gemaakte berekeningen sprake is van discriminatie ten opzichte van de werknemers die altijd onder Metalektro zijn blijven vallen. Aan Metalektro gevraagd tot welke overheidsinstantie ik mij kan wenden als ik een klacht hebt over M.

2014.10.02 Brief PME aan PensioenScheiden
PME weigert in te gaan op mijn mail van 25 september 2014. PME heeft geen behoefte om te reageren op het hele verhaal op de website. PME geeft aan dat ik mij zou kunnen wenden tot de Ombudsman Pensioenen, als zijnde de overheidsinstantie.

2014.10.06 Brief PensioenScheiden aan het College voor de Rechten van de Mens
Aan het College aangegeven dat als de werknemers van Siemens onder het wettelijke verplichte Pensioenfonds voor de Metalektro waren blijven vallen, alle ex-partners van de werknemers in aanmerking zouden zijn gekomen voor pensioenverrekening als gevolg van hun scheiding. En dat is pure discrminatie. Tevens aangegeven dat ze zelfs wettelijk in aanmerking hadden moeten komen, omdat SPS volledig voorbij gegaan is aan artikel 8 lid 2 van de toen geldende PSW.

2014.10.15 Telefoongesprek met het College voor de Rechten van de Mens
Pensioenzaken vallen niet onder de gelijkebehandelingswetgeving.

2015.05.28 Mail PME aan PensioenScheiden
Met ingang van september 2014 vervaardigt PME geen Boon van Loon berekeningen meer. In haar mail geeft PME aan dat de door PME vervaardigde berekeningen tot dat tijdstip slechts een indicatie waren.

NB. Zou dit ingegeven kunnen zijn door het hele Siemens gebeuren?



------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Bovenstaand dossier heb ik in 2012 voorgelegd aan aan mij bekende (pensioen)advocaten en pensioenspecialisten

Antwoord pensioenadvocaat 1 - Op datum scheiding moet worden bepaald wat het tijdeveneredige (en dus afgefinancierde) recht op OP en het redelijk recht op WP zouden zijn geweest bij beeindiging van de deelneming op die dag. Dat zijn vervolgens de rechten, die voor verdeling bij scheiding in aanmerking komen.

Antwoord pensioenadvocaat 2 - Ten aanzien van de vragen van je website, acht ik je standpunten zeer verdedigbaar. Het zou onredelijk zijn, indien de manier van financiering van het ouderdomspensioen de rechten van de ex-partner beinvloedt.

Antwoord advocaat Ombudsman: Indien en voorzover het standpunt van het pensioenfonds zou worden gevolgd, kan wellicht worden gesteld dat na de echtscheiding (door de financiering van het ouderdomspensioen) een 'nieuwe'gemeenschap ontstaat, die alsnog moet worden verdeeld. Deze vordering tot verdeling verjaart, zoals je zelf terecht stelt, niet.

Door het halsstarrig volhouden van het fonds lijkt het erop dat het hier niet gaat om een incidentele situatie maar dat sprake is van een structurele situatie.

Vraag 1: Had de advocaat in 1996 ervan uit mogen gaan dat de opgave goed is?

Antwoord advocaat: In beginsel mag een advocaat er vanuit gaan dat de verstrekte opgave correct is. Slechts indien sprake is van een “kennelijk onjuiste” (dus: voor de advocaat herkenbaar onjuiste) opgave zou de advocaat m.i. nader onderzoek moeten doen. Over het algemeen zal een advocaat de opgave echter niet zomaar kunnen controleren en er derhalve vanuit moeten gaan dat de opgave correct is.

Vraag 2: Kan mevrouw Y haar advocaat hiervoor aansprakelijk stellen?

Antwoord advocaat: Naar mijn mening is het ook aan de cliënt om de opgave kritisch te bekijken. Slechts indien een advocaat niet heeft gehandeld, zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht, zou de advocaat aansprakelijk kunnen zijn voor de schade die zijn cliënt daardoor lijdt. Het lijkt mij te ver gaan dat een advocaat aansprakelijk zou zijn voor de gevolgen van een onjuiste opgave.

Vraag 3: Kan man X het fonds aansprakelijk stellen?, tenslotte moet hij alsnog gaan uitkeren aan zijn ex-partner 

Antwoord advocaat: Indien en voor zover de man door de onjuiste opgave schade lijdt, zou het pensioenfonds daarvoor aansprakelijk kunnen zijn. De vraag is natuurlijk wel of de man schade leidt, aangezien de verdeling anders ook had plaatsgevonden, zij het eerder.

Het fonds is ook van mening dat de vordering slechts bestaat tegenover de ex-man.
Dat is natuurlijk waar, maar dan wel gebaseerd op een juiste opgave!

Vraag 4: Het fonds heeft wettelijk toch wel de verplichting een juiste opgave te verstrekken?

Antwoord advocaat: Wanneer het fonds een opgave doet, moet die opgave correct zijn. Eventueel kan een voorbehoud worden gemaakt door het fonds, indien niet alle gegevens bekend zijn. Zonder dat een voorbehoud is gemaakt, moeten partijen erop kunnen vertrouwen dat de opgave correct is.

Vraag 5: Heeft het fonds vanaf 27 november 1981 tot heden alle opgaven op dezelfde wijze foutief verstrekt?
Uitstelfinanciering mocht toegepast worden tot 1 januari 2000 en in sommige gevallen zelfs tot 1 januari 2010.

Antwoord: Niet bekend. Zou onderzocht moeten worden.

Vraag 6: Wat heeft het fonds gedaan met de scheidingen van 1 mei 1995 tot 1 januari 2000 (of later)?
Heeft Siemens het te verevenen pensioenen gebaseerd op het nog niet afgefinancierde ouderdomspensioen?

Antwoord: Niet bekend. Zou onderzocht moeten worden.

Het fonds paste ook uitstelfinanciering toe op deelnemers die uit dienst getreden waren. In het pensioenreglement is niet gereglementeerd dat indien sprake is van waardeoverdracht de pensioenen alsnog afgefinancierd diende te worden.

Vraag 7: Als het fonds van mening is dat bij uitdiensttreding de aanspraken niet afgefinancierd hoefde te worden, zijn de aanspraken als sprake was van waardeoverdracht dan wel goed overgedragen?

Antwoord: Niet bekend. Zou onderzocht moeten worden.

Vraag 8: Kan het fonds gedwongen worden openheid van zaken te geven over de vragen 5 t/m 7?

Antwoord advocaat: Dat kan slechts worden afgedwongen door instanties als de AFM, of bijvoorbeeld het bestuur van het fonds, waarin normaliter ook een vertegenwoordiging van de werknemers/vakbeweging zit. Naar mijn mening kan een enkele deelnemer van het fonds dat niet bereiken, aangezien die geen belang heeft bij de afwikkeling van de verdeling van andere aanspraken. Een enkele deelnemer kan slechts procederen over zijn eigen zaak.

Conclusie:

Als Siemens consistent gehandeld zou hebben, zijn alle scheidingen onder het Siemens Concern tot 1 mei 1995 (Boon van Loon) en van 1 mei 1995 tot 1 januari 2000 (Wet VPS) foutief vastgesteld. Een oproep in de media, zou dus moeten inhouden dat tientallen tot honderden mensen zich zouden kunnen aanmelden dat e.e.a. bij hun ook verkeerd gegaan is. Is dat niet het geval, dan kan niet anders geconcludeerd worden dat Siemens bewust gelogen heeft in deze ene zaak.

Laatste schrijnende op- en bemerkingen:

Als Siemens nimmer gedispenseerd zou zijn geweest, zou mevrouw Y vanaf de pensioendatum van man X recht gehad hebben op het te verrekenen pensioen. Nu dat ten onrechte niet het geval is moet mevrouw Y op haar pensioendatum haar huis uit, omdat meneer X niet wil verrekenen.
Waarom stelt Siemens zich zo op?
Waarom dekt PME Siemens?
Waarom mocht ik van de Ombudsman Pensioenen de betrokken advocaat niet betwisten?

Alleen een gerechtelijke procedure kan uitkomst brengen. Mevrouw Y komt eerst in 2016 in aanmerking voor een toevoeging.
Dan kan pas gestart worden met een rechtszaak. Wordt vervolgd!

 

Laatstelijk aangepast : 26 juni 2017

Terug naar: Pensioenscheiden of Open Brief