Terug naar website Pensioenscheiden

PensioenScheiden                                                                                          30 januari 2017      
P. G. J. Jung                                                                                               
Van Harenstraat 10                                                                                   
8471 JD  WOLVEGA                                                                                 

Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid                                                 
Postbus 90801
2509 LV  DEN HAAG

Betreft:  Te verrekenen pensioen met ex-partner wordt o.a.  voor  deelnemers  van het ABP of AMP gescheiden voor 1 mei 1995 te hoog vastgesteld
Uw Referentie:  2016-0000004255

Geachte mevrouw Klijnsma,

Verleden jaar kreeg ik uw brief van 9 februari 2016 (mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie) onder ogen, gericht aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.  In deze brief ging u in op vragen die de heer Ulenbelt van de SP gesteld heeft, naar aanleiding van het artikel in het Algemeen Dagblad van 8 december 2015.

Dat artikel in het Algemeen Dagblad is tot stand gekomen naar aanleiding van een gesprek wat ik gehad heb met de heer P. Vogels van het Algemeen Dagblad, de journalist die het artikel geschreven heeft.

Voor mensen die voor 1 mei 1995 van de echt gescheiden zijn geldt dat ze op basis van het Boon van loon arrest het opgebouwde pensioen met hun ex-partner moeten verrekenen. Het arrest geeft aan dat verrekening plaats dient te vinden, mede met inachtneming van de eisen van redelijkheid en billijkheid.

Ik heb geconstateerd dat de redelijkheid en billijkheid af en toe ver te zoeken zijn. In uw brief geeft u aan dat als partners er onderling niet uitkomen, een beroep op de rechter kan worden gedaan.  Ex-partners verwijzen echter naar de opgaven die pensioenuitvoerders vervaardigd hebben. De rechtbank volgt bijna altijd de opgave van de pensioenuitvoerder.  Rechtbanken hebben nauwelijks of bijna geen kennis van pensioenwetgeving. Uitspraken van rechtbanken laten zien dat zelfs de arresten van de Hoge Raad niet of nauwelijks toegepast worden, met name met betrekking tot de matiging van de pensioenverrekening.

Maar wat, als je niet voor een toevoeging in aanmerking komt en je moet vechten tegen een pensioenuitvoerder, die stelt dat ze geen fouten maken.  Wat, als je wel voor een toevoeging in aanmerking komt, maar je een rechtbank treft die geen verstand heeft van pensioenwetgeving of onvoldoende kennis heeft van liggende arresten. Dan sta je als consument volledig in de kou. Er is geen enkele instantie waar je dan in Nederland kan aankloppen. 

De Ombudsman Pensioenen? De taak van de Ombudsman Pensioenen is om te bemiddelen in geval van klachten of geschillen over de uitvoering van het reglement van een pensioenuitvoerder. In bijna alle gevallen betreft het geen klacht over de uitvoering van het pensioenreglement. ( zie ook mijn opmerkingen op blz. 4 )

Bladzijde 2
In alle dossiers die ik de komende tijd onder uw aandacht ga brengen gaat het naar alle waarschijnlijkheid om structurele fouten.  In alle gevallen betreft het dossiers die aangereikt zijn aan de Ombudsman Pensioenen. In alle gevallen geeft de Ombudsman Pensioenen aan, na maanden lang met de betrokken pensioenuitvoerders gecommuniceerd te hebben,  niets te kunnen doen.  Ook in dossiers waar de Wet volledig aan de kant van de ex-partner staat, geeft de Ombudsman Pensioenen aan niets te kunnen doen.
 
Het merendeel van deze dossiers heb ik gepubliceerd op mijn website. Waarna ik pensioenspecialisten, actuarissen en advocaten uitnodig om er gaten in te schieten. In bijna alle dossiers krijg ik het gelijk aan mijn kant. Gelijk hebben in Nederland is echter één ding. Gelijk krijgen is een heel ander ding.  En het gaat niet om de kleinste pensioenuitvoerders.
 
Maar ik begin met het ABP! 

De door het ABP vervaardigde opgaven worden sinds 1981 door het ABP foutief berekend. Door de foutieve berekening dienen vrouwen tussen de 60 en 100% van het opgebouwde pensioen over te dragen aan hun ex-partner. Soms zelfs meer dan 100%.

Waar wordt dat onder meer door veroorzaakt:

Gehuwde AOW vrouwen
Tot 1 januari 1986 werd bij het bepalen van de aanspraken voor gehuwde vrouwen rekening gehouden met het AOW bedrag voor een ongehuwde. In de Boon van loon berekening wordt rekening gehouden met een waarde voor het ongehuwde pensioen, terwijl dat tot die datum geeneens verzekerd was.

Tarief op twee levens
Voor het bepalen van de contante waarde van het ouderdomspensioen wordt door het ABP uitgegaan van een tarief op twee levens.  Het ouderdomspensioen is echter een verzekering op basis van alleen het leven van de verzekerde. Het ABP gaat daarmee uit van een fictieve hogere reserve dan de werkelijke reserve, waardoor meer verrekend wordt aan reserve, dan er in feite in de spaarpot zit.  Het ABP schaadt daarmee haar eigen deelnemers.

Als gevolg van de systematiek die gehanteerd wordt in het Boon van loon arrest,  wordt de waarde van het partnerpensioen in mindering gebracht op de helft van de waarde van alle pensioenen tezamen, zodat je zou verwachten dat je minder dan 50% van het opgebouwde ouderdomspensioen zou moeten verrekenen met de ex-partner. De uitkomsten van het ABP geven voor vrouwelijke deelnemers echter een heel ander beeld:  Ruim meer dan 50%!!!

Er zijn meer pensioenuitvoerders die op deze wijze rekenen of rekenden. 
Zoals bijvoorbeeld KPN Pensioenen. In 2012 is KPN Pensioenen hierop aangesproken.  Uiteindelijk is KPN Pensioenen overstag gegaan. Ze zijn tot de conclusie gekomen dat bij de omrekening van de aanspraak naar een waarde, het tarief alleen op het leven van de deelnemer beter aansluit bij de “redelijkheid en billijkheid” dan dat er op basis van een tarief op twee levens gerekend wordt.

Blz 3
Tarief op moment van aanvraag in plaats van op datum scheiding
Met ingang van 1 januari 2010 is het ABP gestopt met het verstrekken van opgaven op basis van het tarief op de datum scheiding. In plaats daarvan wordt gerekend met het tarief wat geldt op het moment van de aanvraag van de Boon van Loon berekening. Aan u is ongetwijfeld bekend dat mensen langer leven. Als gevolg daarvan is het ouderdomspensioen duurder geworden en het partnerpensioen goedkoper. Doordat de waarde van het partnerpensioen in mindering gebracht wordt op de helft van de waarde van alle pensioenen tezamen dient beduidend meer verrekend te worden met de ex-partner.  Het ABP geeft aan dat de nieuwe grondslagen beter aansluiten op de deelnemerspopulatie van het ABP.
 
Het ABP geeft aan dat het Bestuur van het ABP het niet toestaat andere grondslagen te hanteren dan de grondslagen op het moment van de aanvraag van de Boon van Loon berekening (Brief ABP  20 september 2016)
In het Boon van Loon arrest staat omschreven dat de waarde van de aanspraken op de datum scheiding bepalend is.  Door de wijze waarop het ABP ermee omgaat schaadt het ABP de belangen van haar eigen deelnemers.

Vanaf 1 januari 2010 trekken de berekeningen voor mannelijke deelnemers ook scheef.  Uit diverse in mijn bezit zijnde dossiers blijkt dat hetgeen wat de man dient over te dragen aan zijn ex-partner ruim boven de 50% ligt oplopend tot wel 76%.

NB. In uw brief wordt aangegeven dat de pensioenuitvoerder zou rekenen met de kostprijs die geldt op het moment van scheiding, in plaats van de kostprijs op het moment van het aanvragen van de berekening. Is dus precies andersom!

Geen onderbouwing meer
Vanaf  2012 verstrekt het ABP alleen nog opgaven van het te verrekenen bedrag. Een onderbouwing en de uitgangspunten waar de berekening op gebaseerd is, worden niet meer verstrekt.  Controle is niet meer mogelijk. In feite absurd. Met de matiging van de pensioenverrekening kan dan geen rekening worden gehouden.

Matiging van pensioenverrekening
Op het punt van matiging van pensioenverrekening trekt de rechtspraak min of meer één lijn. Indien de voorwaardelijke uitkering méér bedraagt dan 50% van het te verrekenen ouderdomspensioen, wordt de voorwaardelijke uitkering tot 50% van dat ouderdomspensioen gematigd.
19971116 19971119 Hof Den Bosch, NJ 1998/598
19971001 Hof Den Bosch, NJ 1998/599
20020405 HR, NJ 2002/366

Het ABP heeft in alle opgaven nimmer rekening gehouden met deze matiging.

Blz 4
Ombudsman Pensioenen
Zoals al eerder aangegeven is het in feite niet de taak van de Ombudsman Pensioenen om te bemiddelen met pensioenuitvoerders over de foutief door het ABP verstrekte opgaven. Het reglement wordt immers juist geadministreerd door het ABP.

Toch heeft de Ombudsman Pensioenen alle door mij aangereikte dossiers in behandeling genomen.  Dan mag ik ook verwachten dat de Ombudsman Pensioenen in staat zou moeten zijn te beoordelen of  de door de pensioenuitvoerder vervaardigde opgaven juist zijn. 

In een in mijn bezit zijnde brief van 23 mei 2013 verklaarde de Ombudsman Pensioenen in een zaak waar de vrouw 99% van het opgebouwde pensioen diende over te dragen aan de man, dat hij de indruk had dat het ABP de berekening correct heeft uitgevoerd. De vrouw waarom het ging, geeft helaas haar naam niet vrij. 

In een in mijn bezit zijnde brief van 27 november 2013 heeft de Ombudsman Pensioenen aangegeven begrip te hebben voor de ziens- en handelswijze van het ABP met betrekking tot het hanteren van de grondslagen op het moment van de aanvraag.

In alle tot dusver aangereikte dossiers is door de Ombudsman nimmer stelling genomen tegen de pensioenuitvoerder. Waarom niet?  In alle dossiers geeft de Ombudsman aan niet verder te kunnen bemiddelen.  Waar kan de consument dan wel terecht? Bij U?

Vraag
Wat gaat u hier aan doen? Gaat u ervoor zorgen dat het ABP met terugwerkende kracht alle dossiers gaat corrigeren?

Ik verneem graag van u binnen een redelijke termijn.

Hoogachtend,

P.G.J. Jung
Pensioenscheiden

Kvk 08056094

 

Cc:
P. Ulenbelt
Minister van Veiligheid en Justitie